Met de Bijbel hoort eer aan God gegeven te worden en niet aan mensen


11 Mar
11Mar

In de Kitvei HaKodesh wordt niet alleen getoond hoe de Allerhoogste Elohim apart gezet zou moeten worden, maar ook Zijn Naam en Zijn Woord. Te allen tijde moet Jehovah's Naam geprezen worden, Hij staat hoog boven alle volken en Zijn heerlijkheid boven de hemel. De wereld zal er toe moeten komen om dat Eeuwige Allerhoogste Geestelijk Wezen te herkennen, ook al kan niemand Hem zien, en Hem als Enige of één zijnde (en geen twee of drie) aan te  nemen als Diegene Die alle eer, lof, zegen, glorie en dankzegging moet ontvangen. 

 “3  Van den opgang der zon af tot haar nedergang, {2 } zij de Naam des HEEREN geloofd. 4  De HEERE is hoog boven alle heidenen, boven de hemelen {3 } is Zijn heerlijkheid.” (Ps 113:3-4 STV)

“22 Hij is het, {78 } Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; {79 } Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt {80 } ze uit als een tent, om te bewonen; 23 Die de vorsten te niet maakt; {81 } de richters der aarde maakt Hij {82 } tot ijdelheid.” (Jes 40:22-23 STV)

 “God is een Geest, en {22 } die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.” (Joh 4:24 STV)

 “Niemand heeft ooit God gezien; de {48 } eniggeboren Zoon, Die in den schoot {49 } des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. {51 } {50 } (Joh 1:18 STV)

“Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ook deze zelfde zaak, {28 } die gij gesproken hebt, zal Ik doen, dewijl gij genade gevonden hebt in Mijn ogen, en Ik u bij name ken. {29 } (Ex 33:17 STV)

“Hij zeide verder: Gij zoudt Mijn aangezicht {31 } niet kunnen zien; {32 } want Mij zal geen mens zien, en leven. {33 } (Ex 33:20 STV)

“Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enig HEERE! {3 } (De 6:4 STV)

“(83-19) Opdat zij weten, {31 } dat Gij alleen met Uw Naam zijt de HEERE, de Allerhoogste over de ganse aarde.” (Ps 83:18 STV)

“26 Want gij ziet uw {59 } roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, {60 } niet vele machtigen, niet vele edelen. 27 Maar het dwaze der {61 } wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen {62 } beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen; {63 }28 En het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, {64 } opdat Hij hetgeen iets is, {65 } te niet zou {66 } maken; 29 Opdat geen vlees {67 } zou roemen voor Hem. 30 Maar uit Hem zijt {68 } gij in Christus {69 } Jezus, Die ons geworden is wijsheid van {70 } God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing; {71 }31 Opdat het zij, gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in den {72 } Heere.” (1Co 1:26-31 STV)

“Zeggende: Amen. De lof, en de heerlijkheid, {17 } en de wijsheid, en de dankzegging, en de eer, en de kracht, en de sterkte zij onzen God {18 } in alle eeuwigheid. Amen. {19 } (Opb 7:12 STV)

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.
This site was built using