Reformatie bracht niet direct een uitgestoken hand naar Joden


31 Mar
31Mar

Terwijl in de eerste eeuw van onze jaartelling de Joden meer en meer afstand begonnen te nemen van de volgelingen van Jeshua, kwam er een volledige splitsing toen een deel van zogenaamd Jezus-volgers of Christenen zich aansloten bij de Romeinse heersers en hiervoor zelfs hun zogenaamde leermeester of uit hun mond 'stichter' wilden verraden door hem een andere rol toe te bedelen.

Onder Constantijn de Grote kwamen kerkelijke leiders overeen om Jeshua zijn naam te veranderen tot Issou (wat betekent Heil Zeus) en dat naar het Nederlands vertaald Jesus en/of Jezus werd. daarbij werd ook zijn positie veranderd tot een onderdeel van een drie-eenheid in tegenstelling tot wat de Joodse leer van Jeshua inhoudt, namelijk dat er slechts één Ware God is Die één is (Echad) en een oneindige Geest is die geen mens kan zien.

De volgers van de van de leer van Christus afwijkenden volgden eerst een Twee-eenheid maar gingen al snel over tot het belijden van een Drie-eenheid. Deze belijders van de Niceense geloofsbelijdenis riepen de woede van de Joden nog meer op, mits het voor de Joodse gemeenschap als een peil boven water vast stond dat er slechts één Ware God is. De Romeinse heersers waren nu maar al te blij dat er zulk een strijd tussen Joden en christenen de aandacht kon afleiden van politieke gebeurtenissen. Die verraders aan Jeshua met zich meetrekkend gaven de Romeinen hen de kans om op de veroverde gebieden de geestelijken de mensen om te praten tot dat 'christelijk' geloof. Zo kon zich dat verder verspreiden en kon de macht volledig geconcentreerd blijven in het Romeinse rijk.

Die zogenaamde 'christenen' stelden dat de Joden Jezus hadden vermoord en daarom verdoemd moesten worden. Men zou kunnen denken dat tijdens het vernieuwd denken van de Renaissance de verlichtte geesten de mensen zouden trachten duidelijk te maken dat Jezus werkelijk Jeshua heette en ook een Jood was. Maar zo ver kwam het niet om die erkenning te gunnen.

Zelfs de grote denkers die een hele verandering in het christendom teweeg brachten door zich te keren tegen het Romeinse en Paapse regime hielpen er niet aan mee om Jeshua zijn werkelijk plaats terug te geven. Integendeel deed Maarten Luther (Martin Luther) er nog een schepje boven op. Hij keerde zich helemaal tegen de Joden. Luther wees ook elk kerkelijk leerambt af en gaf daarmee wel een mogelijke herstelling van de apostolische zendelingen, maar met de jaren zou in zijn beweging ook weer de drang naar macht groeien en de vorming van eigen predikers of theologen.  Luther wenste niet enkel een hervorming van de Kerk, maar had fundamenteel dogmatisch andere dachten. Voor Luther waren de Joden diegenen die Jezus aan het kruis hadden gehangen en dus hadden zij  God vermoord (uitgaande dat Jezus God is volgens de drie-eenheid). In zeer conservatieve christelijke kringen heerst deze opvatting vandaag de dag nog steeds. Vreemd genoeg zagen zij niet in dat sowieso God niet kan gedood worden mits God eeuwig is, en aldus geen begin of geen geboorte kent maar ook geen eind of geen dood kent.

Eigenaardig genoeg stond Luther stond in het begin niet negatief tegenover de Joden. In 1523 benadrukte hij zelfs in Daß Jesus ein Geborner Jude Sei dat Jezus van Joodse afkomst was; hij wees hierin geweld tegen Joden af. In 1543 schreef hij echter het pamflet Von den Jüden und iren Lügen waarin hij zeven maatregelen tegen de Joden voorstelde, variërend van het in brand steken van synagogen, scholen en huizen van Joden tot het opleggen van dwangarbeid. In tegenstelling tot de nazi's ging het Luther niet om het Joodse volk als wel om het Joodse geloof. Doel van Luther was hun bekering tot het christendom. 

'Waar je een echte Jood ziet', 

vond Maarten Luther,

 'kun je met een goed geweten een kruis slaan en openlijk en naar waarheid zeggen: daar gaat de duivel in eigen persoon.' 

Hiermee wenste hij de mensen te inspireren om tegen de Joden te reageren en hen te overhalen om zich te gaan bekeren tot het christelijk geloof. De reformator vond dat de Joden op een spiritueel dwaalspoor zaten en zag maar één oplossing: verbrand hun huizen en synagogen, verban ze uit het publieke leven en laat ze dwangarbeid uitvoeren. Alleen dan, meende de Duitse theoloog, 

weet je zeker dat ze hun giftige ideeën niet kunnen verspreiden. 

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.
This site was built using